Nieuws

Kan een zzp'er zonder meer overstappen naar de inlener?

Kan een zzp'er zonder meer overstappen naar de inlener?

In de huidige krapte op de arbeidsmarkt is het voor uitzendbureaus, detacheringsbureaus en andere uitleners belangrijk dat zij zowel met hun medewerker als het inlenende bedrijf afspraken kunnen maken om te voorkomen dat hun medewerker na afloop van de terbeschikkingstelling overstapt naar de inlener. Dergelijke afspraken zijn echter niet zomaar toegestaan. 

In artikel 9a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs ('Waadi') is namelijk een belemmeringsverbod opgenomen, op grond waarvan een uitlener de ter beschikking gestelde arbeidskracht geen belemmeringen in de weg mag leggen om later bij de inlener in dienst te treden. Een voorbeeld van zo'n belemmering is een boetebeding. Er bestond lange tijd onduidelijkheid of dit belemmeringsverbod tevens geldt voor een zzp'er. In een recent arrest van de Hoge Raad van
20 mei jl. schept de Hoge Raad hierover meer duidelijkheid.  

Waar ging het in deze zaak om?

Het ging in deze zaak om een eenmanszaak die onder andere actief is op het gebied van arbeidsbemiddeling. Zij sluit hiervoor overeenkomsten van opdracht met enerzijds de opdrachtgever en anderzijds een zzp'er. Als gevolg van deze beide overeenkomsten zal de zzp'er dan werken voor de opdrachtgever. In de overeenkomst met de zzp'er is een relatiebeding opgenomen. Dit beding verbiedt de zzp'er om binnen zes maanden na het einde van de opdracht hetzij direct hetzij indirect werkzaam te zijn op dezelfde werkplek in hetzelfde project als waarin de zzp'er in de laatste 6 maanden voor beëindiging van de overeenkomst van opdracht werkzaam is geweest, tenzij de eenmanszaak hiervoor toestemming heeft gegeven.

In de overeenkomst met de opdrachtgever is tevens een relatiebeding opgenomen, inhoudende dat het de opdrachtgever niet is toegestaan om binnen 12 maanden na beëindiging van de overeenkomst hetzij direct hetzij indirect gebruik te maken van de inzet van de zzp'er zonder tussenkomst van de eenmanszaak, op straffe van een boete.

In dit geval heeft de zzp'er met tussenkomst van de eenmanszaak gewerkt bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem. Na het einde van de opdracht wil de zzp'er voor de Omgevingsdienst blijven werken. Er ontstaat tussen partijen vervolgens een geschil over de toepassing van het gesloten relatiebeding.

De zzp'er vordert een verklaring voor recht dat het relatiebeding niet rechtsgeldig is (nietig) en dat de eenmanszaak hier derhalve geen beroep op had kunnen doen. De zzp'er doet hierbij een beroep op het belemmeringsverbod conform artikel 9a Waadi, op grond waarvan het niet is toegestaan om medewerkers die ter beschikking worden gesteld aan opdrachtgevers/inleners te verbieden bij deze inleners in dienst te treden dan wel belemmeringen hiervoor in de weg te leggen (zoals een boete). De rechtbank heeft deze vordering afgewezen, nu de zzp'er geen werknemer/uitzendkracht betreft in de zin van de Waadi. Het gerechtshof heeft daarentegen het vonnis van de rechtbank vernietigd en voor recht verklaard dat de eenmanszaak onrechtmatig jegens de zzp'er heeft gehandeld door ten onrechte een beroep te doen op een nietig relatiebeding. Het gerechtshof meent namelijk dat het belemmeringsverbod uit de Waadi wel van toepassing zou zijn op zzp'ers. De eenmanszaak gaat in cassatie.

De Hoge Raad stelt voorop dat het belemmeringsverbod is opgenomen naar aanleiding van de Europese Uitzendrichtlijn. Uit de Uitzendrichtlijn volgt dat bepalingen die de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst of arbeidsverhouding tussen de inlener en uitzendkracht na het einde van de uitzendrelatie verbieden of verhinderen, nietig zijn of nietig verklaard kunnen worden. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat het belemmeringsverbod niet alleen geldt voor werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben gesloten met een uitzendbureau, maar ook op arbeidskrachten die een arbeidsrelatie hebben met een uitzendbureau. Voor de toepasselijkheid van de Uitzendrichtlijn en de Waadi is dus niet vereist dat een arbeidsovereenkomst moet zijn gesloten. De Hoge Raad stelt vast dat de wetgever de Uitzendrichtlijn ‘kaal’ heeft willen interpreteren. Dit houdt in dat niet meer moet worden geregeld dan wat in de Uitzendrichtlijn wordt voorgeschreven. De Hoge Raad bespreekt vervolgens de strekking van de Uitzendrichtlijn.

De Hoge Raad overweegt dat een uitzendkracht in de zin van de Uitzendrichtlijn iedere persoon is die een werknemer is met een arbeidsovereenkomst of arbeidsverhouding met een uitzendbureau – wat inhoudt dat die persoon (1) arbeid verricht en dus gedurende een bepaalde tijd voor en onder leiding van het uitzendbureau prestaties levert en in ruil daarvoor van het uitzendbureau een vergoeding ontvangt en (2) in de desbetreffende lidstaat wordt beschermd op grond van de arbeid die hij verricht – teneinde door het uitzendbureau ter beschikking te worden gesteld van een inlenende onderneming om daar onder toezicht en leiding van de inlenende onderneming tijdelijk werk te verrichten.

Omdat het gerechtshof er zonder meer van uit is gegaan dat het belemmeringsverbod van toepassing is als een uitzendbureau een zzp'er ter beschikking stelt aan een inlener om daar onder leiding en toezicht van de inlener tijdelijk werk te verrichten, vernietigt de Hoge Raad het arrest van het gerechtshof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof. Het gerechtshof heeft onvoldoende onderzocht of aan voornoemde voorwaarden is voldaan. Het springende punt hierbij is of de zzp'er naar Nederlands recht bescherming geniet op grond van de arbeid die hij verricht. De vraag is nu welke bescherming hiermee wordt bedoeld. Zzp’ers genieten geen werknemersbescherming, maar genieten wel bepaalde bescherming in het arbeidsrecht (minimumloon, arbeidstijdenwet e.d.). Dit zal nu door een ander gerechtshof nader worden onderzocht. Hoe dan ook kan worden geconcludeerd dat het belemmeringsverbod niet meer zomaar ook van toepassing is voor zzp'ers, zoals door het gerechtshof werd gesteld.

Gerelateerde artikelen

Rechtsgebieden

Ervaring in alle zaken waarmee ondernemers in aanraking komen.

Contact

Dubbelsteynlaan West 39
3319 EK Dordrecht

Postbus 9069
3301 AB Dordrecht

T: +31 (0)78 630 00 00
F: +31 (0)78 630 00 22
E: info@dekoningadvocaten.nl

Algemeen

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te personaliseren en uw websitegebruik te analyseren.