Verdeling van de woning op de lange baan? Van uitstel komt geen afstel!

Verdeling van de woning op de lange baan? Van uitstel komt geen afstel!

Met enige regelmaat komt het voor dat na een scheiding de woning, die veelal 50/50 eigendom is van partijen, niet verdeeld wordt.

Soms is het zo dat partijen bij scheiding bewust de woning onverdeeld hebben gelaten. Dit gebeurde vaak in de periode 2009-2016, toen de huizenmarkt in het slop zat en woningen vaak “onder water” stonden. Partijen wilden na verdeling of verkoop van de woning niet met een hypothecaire restschuld opgezadeld worden, daarom lieten ze het zo. Maar partijen kunnen simpelweg ook vergeten de woning te verdelen, of zijn zich niet bewust van het feit dat de woning verdeeld moet worden.


Discussie

Vroeg of laat wordt zo’n onverdeelde woning een probleem. Beide partijen zijn nog steeds eigenaar van een woning, hetgeen tot fiscale complicaties kan leiden, met name op het gebied van de hypotheekrenteaftrek. Ook als de vertrokken partner inmiddels zelf een huis wil kopen, werkt het hebben van een onverdeelde woning niet mee in het verkrijgen van een nieuwe hypotheek. Je bent immers nog aansprakelijk voor de hypotheek van de onverdeelde woning. Bij overlijden van één van de ex-partners, zullen de erfgenamen geconfronteerd worden met een onverdeelde woning.

Zelfs als afspraken zijn gemaakt in het echtscheidingsconvenant over het onverdeeld laten van de woning, blijkt dat als men later toch wil verdelen er vaak discussies ontstaan. Een veel voorkomende discussie is de waarde waartegen de woning in de verdeling wordt betrokken. Is dat de waarde ten tijde van de scheiding of is dat de waarde nu, ten tijde van de verdeling?

Deze discussie zou ook gevoerd kunnen worden met betrekking tot een eventuele spaarpolis die aan de hypothecaire schuld is verbonden. Zo zijn er nog wel meer discussies mogelijk, bijvoorbeeld over de bijdrage in de eigenaarslasten of een vergoeding voor het gebruik van de woning, die de achterblijvende partij verschuldigd kan zijn aan de vertrokken partij.

Indien hierover geen (duidelijke) schriftelijke afspraken gemaakt worden, dan vindt men elkaar alsnog terug bij de rechter, soms vele jaren na de scheiding.

Wat zegt de rechtspraak?

Een sprekend voorbeeld van deze problematiek is te vinden in de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 8 december 2020.

In die zaak is de echtscheiding in 1986 uitgesproken. De man is in de woning blijven wonen. Pas in 2017, ruim 30 jaar later dus, is de verdeling van de woning aan de orde gekomen.

Het geschil spitste zich vooral toe op de vraag voor welke waarde de woning in de verdeling moest worden betrokken. Was dat de waarde van destijds, in 1986, of is dat de waarde van nu? De man vond dat de waarde van destijds leidend was, omdat de vrouw al die tijd niet naar de woning heeft omgekeken en zij heeft geen eigenaarslasten aan de woning betaald. De vrouw vond (vanzelfsprekend) dat de woning tegen de huidige waarde in de verdeling moest worden betrokken.

De rechtbank bepaalde dat de woning verkocht moest worden en dat aan partijen gezamenlijk de helft van de overwaarde toekomt. De rechtbank ging dus uit van de waarde van nu. Het gerechtshof heeft dat oordeel in stand gehouden en wijst daarbij op de vaste rechtspraak van de Hoge Raad. Volgens die vaste rechtspraak geldt als peildatum voor de waardering van de tot de huwelijksgemeenschap behorende goederen de datum van de verdeling, tenzij partijen een andere datum zijn overeengekomen of op grond van de redelijkheid en billijkheid een andere datum moet worden aanvaard. De omstandigheden die de man heeft aangevoerd, zijn onvoldoende om van deze regel af te wijken.

De man vond ook dat aan de vrouw geen recht meer zou toekomen om verdeling van de woning te vorderen, doordat de vrouw 30 jaar lang niet heeft omgekeken naar de woning en niet eerder verdeling van de woning heeft gevraagd.

Het gerechtshof stelt dat volgens vaste rechtspraak enkel tijdsverloop – ook een periode van ruim dertig jaar – onvoldoende is om aan te nemen dat geen verdeling meer gevorderd zou mogen worden. Daarvoor zijn bijzondere omstandigheden vereist, namelijk gerechtvaardigd vertrouwen aan de zijde van de man, dat de vrouw haar recht op de woning niet (meer) zal uitoefenen of onredelijke benadeling van de man als de vrouw haar recht op de woning zal uitoefenen.

Conclusie

Maak duidelijke schriftelijke afspraken over de verdeling van de woning, ook als die verdeling niet direct plaatsvindt. Wij kunnen u hierbij van dienst zijn.

Gerelateerde artikelen