Nieuwe aanknopingspunten begroting smartengeld per 1 januari 2026
Julia van Horen
De rechtspraak heeft nieuwe aanbevelingen gepubliceerd voor de begroting van smartengeld, waardoor de beoordeling voortaan voorzienbaarder, eenduidiger en transparanter wordt, met meer aandacht voor het individuele geval.
Aanbeveling I: De Rotterdamse schaal als uitgangspunt bij begroting smartengeld
Onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam hebben onderzoek verricht en een model opgesteld om tot een meer eenduidige vaststelling van smartengeld te komen; De Rotterdamse Schaal.
De Rotterdamse Schaal biedt rechters een handvat om smartengeld vast te stellen bij letsel of persoonsaantasting op basis van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. Het model werkt met bandbreedtes per letselcategorie en is gebaseerd op vergelijkbare rechtspraak. De schaal bevordert rechtseenheid en een mate van voorzienbaarheid.
Het staat de rechter vrij om binnen de bandbreedtes een geschikt bedrag te kiezen, maar ook een bedrag buiten de bandbreedte is mogelijk. Wel dient de rechter dan - in het kader van rechtseenheid - een motivering te geven, omdat een motivering zicht kan geven op ontwikkelingen, waarmee in de toekomst rekening kan worden gehouden.
Aanbeveling II: Hoger bedrag smartengeld bij jonge slachtoffers
Bij de beoordeling is van belang op welke leeftijd het letsel wordt opgelopen. Er is sprake van een leeftijdscorrectie bij blijvend letsel, want: hoe jonger het slachtoffer, hoe langer hij / zij heeft te kampen met de gevolgen van het blijvend letsel. De aard en de ernst van het letsel bij een jong slachtoffer kunnen dus aanleiding geven tot een hogere smartengeldvergoeding.
De aanbevelingen zijn daarom als volgt: + 25% voor kinderen tot en met 14 jaar, + 15% voor jongeren en jongvolwassenen van 15 jaar tot en met 29 jaar.
Aanbeveling III: Opzet en ernstige verwijtbaarheid op het toebrengen van letsel tellen zwaarder mee
Om aan het leed van een slachtoffer recht te doen, houdt de rechter bij het vaststellen van smartengeld rekening met de aard van de aansprakelijkheid en de mate van verwijtbaarheid. Bij opzettelijk of ernstig verwijtbaar handelen kan het smartengeld met 10 tot 25% worden verhoogd. Deze verhoging geldt niet bij risicoaansprakelijkheid (aansprakelijkheid zonder schuld).
Aanbevelingen IIII & IV: Meervoudig letsel
Wanneer er sprake is van meerdere letsels bij een slachtoffer, gelden vermenigvuldigingsregels. Daarbij weegt het zwaarste letsel volledig mee en het tweede letsel voor 50%. Eventuele meerdere letsels wegen niet afzonderlijk mee, maar kunnen wel als factor worden betrokken bij het vaststellen van de hoogte van het smartengeld.
Aanbeveling VI: Duur van het letsel
Voor de toekenning van smartengeldvergoeding in geval van blijvend letsel is van belang wat het uiteindelijke resultaat is en de aard van het letsel op lange termijn. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen kort, lang en blijvend letsel.
Kortdurend letsel is letsel dat binnen zes maanden herstelt, langdurig letsel kent een herstel binnen twee jaar en blijvend letsel is letsel dat zich na twee jaar nog steeds voortdoet. Dit maakt de beoordeling overzichtelijker, ook wanneer een medische eindtoestand nog niet is bereikt.
Heeft u vragen over smartengeld? Of bent u slachtoffer geworden van een gewelds- of zedenmisdrijf? Neem dan contact op met een van onze letselschadeadvocaten.
Rechtsgebieden
Ervaring in alle zaken waarmee ondernemers in aanraking komen.
Contact
Dubbelsteynlaan West 39
3319 EK Dordrecht
Postbus 9069
3301 AB Dordrecht
T: +31 (0)78 630 00 00
F: +31 (0)78 630 00 22
E: info@dekoningadvocaten.nl

Mr. Julia van Horen