Covid-19 en huurovereenkomsten bedrijfsruimte

Covid-19 en huurovereenkomsten bedrijfsruimte

Langzaamaan worden de eerste rechterlijke uitspraken over huur en de coronacrisis gepubliceerd. Het gaat dan onder meer om zaken waarbij een café of restaurant verplicht moest sluiten. De vraag is of de huurder dan nog wel verplicht is om de volle huurprijs te moeten blijven betalen.

Door verschillende huurders is het standpunt ingenomen dat door de verplichte sluiting het gehuurde een ‘gebrek’ heeft. Dat wil zeggen: een niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid. De huurder kan er immers niets aan doen dat zijn café of restaurant moet sluiten.  

De rechtbank Noord-Nederland oordeelde in een kort geding op 27 mei jl. dat het verplicht sluiten van een café inderdaad een gebrek oplevert. Het resultaat daarvan was een huurprijsvermindering van 1/3. Kort daarna oordeelde de rechtbank Overijssel in kort geding op 3 juni jl. dat het verplicht sluiten van een café geen gebrek oplevert. Vervolgens oordeelde de rechtbank Amsterdam op 11 juni jl. dat het verplicht sluiten van een restaurant wel een gebrek oplevert en dat resulteerde in een opschorting van 25%.

Al deze beslissingen zijn genomen in kort geding en dus voorlopige oordelen. Met name in de uitspraak van de rechtbank Amsterdam is te zien dat de omstandigheden van het geval het verschil kunnen maken, bijvoorbeeld de mogelijkheid van overheidssteun en het bestaan van financiële reserves. Duidelijkheid is er dus nog niet, maar er lijkt wel een lijn in het voordeel van de huurders te ontdekken. Wordt vervolgd.

Gerelateerde artikelen