Nieuws

De directie is niet aansprakelijk voor schade, vermissing, diefstal, et cetera

De directie is niet aansprakelijk voor schade, vermissing, diefstal, et cetera

Bordjes met daarop dit soort teksten kom je vaak tegen, bijvoorbeeld in sportkantines of in pretparken, op de manege, noem maar op. Dit artikel gaat niet over de vraag of dit soort bordjes voldoende zijn om iedere aansprakelijkheid van de ‘bordjesplaatser’ uit te sluiten. Dit hangt ervan af, maar is meestal niet het geval.

Dit artikel gaat wèl over de vraag in hoeverre partijen samen – in een overeenkomst dus, niet via een door één partij geplaatst bordje – afspraken kunnen maken over het uitsluiten of beperken van aansprakelijkheid. 

Een beding in een overeenkomst waarmee voor één van de partijen de aansprakelijkheid wordt uitgesloten of beperkt heet een ‘exoneratiebeding’. Een beroep op een exoneratiebeding houdt echter niet altijd stand bij de rechter. Soms kan een beroep op zo’n beding namelijk, zoals dit juridisch heet, ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’ zijn. Is dat het geval, dan ‘werkt het beding niet’. Dit betekent dat degene voor wie het beding gunstig is, zich niet op het beding kan beroepen. 

Eind januari van dit jaar heeft de Hoge Raad een interessante uitspraak gewezen over een volgens de kantonrechter en volgens het hof ‘onredelijk’ exoneratiebeding. Waar ging het in deze zaak om? 

Hoge Raad d.d. 29 januari 2021

Bekijk de uitspraak: Hoge Raad 29 januari 2021, ECLI:NL:HR:2021:153

Partijen hebben een huurovereenkomst en een franchiseovereenkomst met elkaar gesloten. De huurder zou in het winkelpand van de verhuurder een bakkerij gaan exploiteren. In de algemene voorwaarden bij de huurovereenkomst waren meerdere exoneratiebedingen opgenomen ten gunste van de verhuurder.

Na het sluiten van de overeenkomsten werd in het winkelpand asbest aangetroffen. Het winkelpand is daarna – tot nader order – gesloten. De bakkerij kon dus niet worden geëxploiteerd. De verhuurder betaalde tijdelijk wekelijks, terwijl partijen nog met elkaar in gesprek waren over het al dan niet voortzetten van de winkel door de huurder en onder welke (gewijzigde) condities, een bedrag van € 3.403,71 aan de huurder als tegemoetkoming voor de schade.

De gesprekken over het al dan niet voortzetten van de winkel door de huurder leidde echter niet tot overeenstemming en de huurder heeft uiteindelijk de verhuurder (die op een gegeven moment ook gestopt is de ‘vrijwillige tegemoetkomingen’ te betalen aan de huurder) betrokken in een procedure bij de kantonrechter. In die procedure vorderde de huurder onder meer ontbinding van de franchise- en huurovereenkomst en schadevergoeding en de verhuurder beriep zich op haar beurt op de exoneraties in de huurovereenkomst. De huurder wordt zowel bij de kantonrechter als bij het hof in het gelijk gesteld. 

Het hof vond het beroep van de verhuurder op de exoneratiebedingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Het ter beschikking stellen van het gehuurde als bakkerij/winkel is de kern van de prestatie van de verhuurder, aldus het hof. Zonder deze ter beschikkingstelling kwam niet alleen aan de huurovereenkomst maar ook aan de franchiseovereenkomst elke betekenis te ontvallen. Verder acht het hof relevant dat de verhuurder de huurder gedurende een lange periode wekelijks schadeloos heeft gesteld. 

De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof echter en oordeelt dat het hof de maatstaf van artikel 6:248 BW lid 2 (= ‘de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid’) onjuist heeft toegepast althans haar oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd. De verhuurder had zich er namelijk op beroepen dat zij het gebrek niet kende, noch behoorde te kennen en de exoneratiebedingen golden niet voor gebreken die de verhuurder wèl kende of had behoren te kennen. 
    
Het hof had die (niet door de huurder betwiste) stelling (simpel gezegd; ‘we wisten niet dat er asbest in het pand aanwezig was en we hoefden het ook niet te weten’) van de verhuurder bij haar overwegingen moeten betrekken, vond de Hoge Raad. Door dit echter niet te doen heeft het hof de terughoudendheid miskend, waarmee het hiervoor genoemde artikel moet worden toegepast. De Hoge Raad vernietigt vervolgens de uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak terug naar een ander hof, het hof ’s-Hertogenbosch, om opnieuw te worden behandeld. 

Conclusie 

Ook bij het uitsluiten of inperken van aansprakelijkheid geldt in beginsel ‘afspraak is afspraak’. Afspraken hierover tussen partijen (althans waar het zakelijke partijen / niet-consumenten betreft, voor particulieren gelden deels weer andere regels) in de vorm van exoneratiebedingen zullen dan ook niet snel door de rechter ‘opzij worden gezet’.

In uitzonderingsgevallen kan de rechter een exoneratiebeding wel ‘buiten toepassing verklaren’ (bepalen dat degene in wiens voordeel het beding is hier geen beroep op mag doen), maar rechters dienen volgens de Hoge Raad ‘zéér terughoudend gebruik te maken van deze bevoegdheid’.

Gerelateerde artikelen

Rechtsgebieden

Ervaring in alle zaken waarmee ondernemers in aanraking komen.

Contact

Dubbelsteynlaan West 39
3319 EK Dordrecht

Postbus 9069
3301 AB Dordrecht

T: +31 (0)78 630 00 00
F: +31 (0)78 630 00 22
E: info@dekoningadvocaten.nl

Algemeen

Deze website gebruikt cookies om uw ervaring te personaliseren en uw websitegebruik te analyseren.