Sluiting van panden op last van de burgemeester: niets aan te doen?

Sluiting van panden op last van de burgemeester: niets aan te doen?

Als verhuurder van een pand zit u niet te wachten op een bestuursrechtelijke sluiting. De bevoegdheid van de burgemeester is vergaand. Toch kan het lonen om tegen de sluiting op te komen, zo blijkt uit een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam.

Op grond van de Opiumwet heeft de burgemeester de bevoegdheid om een pand voor enige tijd te sluiten als daarin verboden middelen worden aangetroffen. Het doel van een sluiting is er vaak in gelegen om publiekelijk kenbaar te maken, dat het pand niet meer is betrokken bij het criminele circuit en om de leefbaarheid van de omgeving te herstellen.

Als verhuurder van een pand waarin verboden middelen zijn aangetroffen, zit u niet te wachten op een sluiting. Tijdens de sluiting van het pand kunt u het pand niet opnieuw verhuren, waardoor u inkomsten misloopt. De bevoegdheid van de burgemeester is vergaand. Toch kan het lonen om tegen de sluiting op te komen, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 september 2019.

De rechtbank

In de zaak die voor de rechter lag was een verhuurder opgekomen tegen een besluit van de burgemeester van Rotterdam om een bedrijfspand voor de duur van zes maanden te sluiten. In het pand was een grote hoeveelheid goederen aangetroffen, die bestemd was voor het inrichten van een hennepkwekerij. Er zijn meer dan 300 hennepplanten en meer dan 5 kilo henneptoppen gevonden en de politie heeft een vuurwapen aangetroffen.

Een flinke vondst en het stond wel vast dat de burgemeester in principe het pand mocht sluiten. Dat liet echter onverlet dat de rechter toch heeft geoordeeld dat in dit geval sluiting niet geoorloofd was.

Van belang voor die beslissing was dat de verhuurder veel in het werk had gesteld om er zeker van te zijn dat het pand niet betrokken zou zijn bij illegale handelingen. De verhuurder heeft voor aanvang van de verhuur een antecedentenonderzoek naar de huurders uitgevoerd. Daarbij heeft hij contact opgenomen met partijen die eerder aan de huurders hebben verhuurd, die hen beschreven als keurige mensen. Tijdens de verhuur van het pand is de verhuurder een aantal keren in het pand geweest om reparaties uit te voeren. Daarbij heeft hij niks vreemds geconstateerd.

Na ontdekking van de verboden middelen heeft de verhuurder ook actie ondernomen. De huurovereenkomst is door hem ontbonden en de huurders hebben het pand ook verlaten.

De gemeente Rotterdam is daarnaast volgens de rechter niet duidelijk geweest wat van de verhuurder verwacht mocht worden om problemen te voorkomen. Voor verhuurders van woningen heeft de gemeente een richtlijn ontwikkeld, waarin eisen staan voor toezicht op de verhuurde woningen. Voor verhuurders van bedrijfspanden was er echter geen richtlijn. Dat de verhuurder dan ook niet aan alle eisen heeft voldaan, die in de richtlijn voor verhuurders voor woningen staan vermeld, is hem daarom niet aangerekend.

De rechtbank heeft het besluit tot sluiting vernietigd. De verhuurder kon het pand weer verhuren.

Conclusie

De uitspraak van de rechtbank laat zien wat u als verhuurder moet ondernemen om een goede kans te maken om een burgemeesterssluiting ongedaan te maken. Voer voor het aangaan van de huurovereenkomst een gedegen onderzoek uit. Onderzoek na het sluiten van de huurovereenkomst of het pand wel correct wordt gebruikt. Leg dit ook vast in uw administratie. Heeft dit allemaal niet gebaat, onderneem dan actie om de huurovereenkomst te beëindigen.

Gerelateerde artikelen