Nieuwe manier om faillissement te voorkomen

Nieuwe manier om faillissement te voorkomen

Veel ondernemingen verkeren gedurende de 'coronacrisis' in zwaar weer.

Mede vanwege de steunmaatregelen van de overheid zijn er tot op heden weinig faillissementen. Op 10 september 2020 liet het Centraal Bureau voor de Statistiek zelfs weten dat sprake is van het laagste aantal faillissementen in 21 jaar. De financiële steun van de overheid wordt echter afgebouwd en de verwachting is dat er daarna een piek komt in het aantal faillissementen. Om dit (deels) tegen te gaan en te voorkomen dat in de kern gezonde ondernemingen failliet gaan, treedt op 1 januari 2021 de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) in werking.


Wet Homologatie Onderhands Akkoord

Wanneer je als ondernemer in zwaar weer verkeert en een faillissement dreigt, kun je op dit moment surseance (uitstel) van betaling of je eigen faillissement aanvragen. Wanneer je besluit dit niet te doen, bestaat er voor schuldeisers de mogelijkheid om het faillissement aan te vragen. Middels de Wet Homologatie Onderhands Akkoord komt er een nieuwe optie bij. Er komt de mogelijkheid om aan de rechter te verzoeken een dwangakkoord verbindend te verklaren zonder dat sprake is van een situatie van surseance van betaling of faillissement. Van een dwangakkoord is sprake, wanneer de rechtbank een regeling tussen schuldenaar en schuldeisers oplegt, zonder dat schuldeisers daarmee akkoord zijn gegaan.

De regeling is bedacht voor ondernemingen, die door een te zware schuldenlast in staat van faillissement dreigen te worden verklaard, maar wel levensvatbaar zijn. Op dit moment is er voor zulke ondernemingen enkel de mogelijkheid om zelf met schuldeisers te onderhandelen. Wanneer er één of meerdere schuldeisers dwarsliggen, komt er geen akkoord en volgt vaak alsnog een faillissement.

Met de nieuwe wet kan er door de bestuurder, maar ook door bijvoorbeeld andere belanghebbenden, zoals de aandeelhouders of schuldeisers het initiatief worden genomen om een faillissement te voorkomen. Deze belanghebbenden kunnen bij de rechtbank verzoeken om een herstructureringsdeskundige te benoemen. Een herstructureringsdeskundige kan vervolgens bezien of er een mogelijkheid bestaat een akkoord te sluiten met de schuldeisers (en de aandeelhouders). Ook kan er voor worden gekozen om slechts met een beperkte groep schuldeisers (of aandeelhouders) een akkoord te treffen. Ook kan er een observator worden benoemd. Deze houdt enkel toezicht op het traject.

De bestuurder kan ook zelf pogen een akkoord op te stellen. De overige schulden blijven dan onverkort bestaan. De bestuurder stelt de rechtbank op de hoogte, dat hij bezig is met het opstellen van een onderhands akkoord. Wanneer er dan een verzoek tot faillietverklaring wordt ingediend door een schuldeiser wordt dit verzoek aangehouden tot er een beslissing door de rechtbank is genomen over het akkoord.

Wanneer de bestuurder een concept akkoord heeft opgesteld, kan hij de rechtbank verzoeken dit akkoord verbindend te verklaren (te homologeren). Ook kan hij verzoeken om overeenkomsten, die de onderneming is aangegaan, eenzijdig te beëindigen. Hiervan zal enkel sprake zijn wanneer de dwarsliggende schuldeisers niet benadeeld worden door het akkoord. Dit zal wel het geval zijn wanneer zij in een faillissementssituatie een hogere uitkering zouden krijgen. Ook wordt gekeken naar de wijze van verdeling. Daarbij geldt dat een schuldeiser die in een faillissementssituatie een hogere uitkering zou krijgen, ook bij de homologatie van een onderhands akkoord een hogere uitkering zou moeten krijgen. Wanneer een groep schuldeisers (bijvoorbeeld de preferente schuldeisers, waaronder vaak de Belastingdienst) akkoord geven, kan het akkoord al worden gehomologeerd door de rechtbank. Wel is vereist dat tweederde van het totaalbedrag aan vorderingen binnen deze klasse instemt met het voorstel en dat deze klasse ook een uitkering zou krijgen in een faillissementssituatie. Bij een MKB-onderneming is ook vereist, dat de schuldenaar (de aandeelhouder(s) van de onderneming) instemt met het akkoord, wanneer de schuldenaar niet heeft verzocht om het benoemen van een herstructureringsdeskundige.

Voorafgaand aan het indienen van het verzoek aan de rechtbank om het akkoord te homologeren, kan de rechtbank reeds worden verzocht zich uit te spreken over het voorgenomen akkoord. Dan kan de rechtbank ook bijsturen in de voorbereidingsfase waardoor het akkoord meer kans van slagen heeft.


Gevolgen

Het gevolg van het sluiten van een akkoord en de homologatie van de rechtbank is, dat alle betrokken schuldeisers zijn gebonden aan het akkoord. Voor schuldeisers geldt, dat zij een titel krijgen op grond waarvan de onderneming het bedrag conform het akkoord aan hen moet voldoen. Blijft de onderneming in gebreke, dan hoeven zij niet te procederen, maar kunnen zij direct laten executeren. Ook kunnen zij dan schadevergoeding vorderen of het akkoord (gedeeltelijk) ontbinden. Voor de onderneming bestaat er het voordeel dat zij door kan gaan met haar werkzaamheden, zonder dat gewerkt wordt onder de druk van een dreigend faillissement.

Gerelateerde artikelen