Hoge Raad maakt einde aan slapende dienstverbanden

Hoge Raad maakt einde aan slapende dienstverbanden

Op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over de vraag of een werkgever verplicht is een slapend dienstverband met een werknemer te beëindigen en of daarbij de transitievergoeding moet worden betaald.

Van dit nieuws bent u al op de hoogte. In dit artikel geef ik een duiding van het arrest en leg ik uit waarom dit arrest belangrijk is voor zowel werkgevers als werknemers. Mijn conclusie is dat werkgevers er goed aan doen om nog vóór 1 januari 2020 slapende dienstverbanden te beëindigen.

Wat is een slapend dienstverband?

Een slapend dienstverband is een dienstverband waarbij een langdurig (langer dan 2 jaar) zieke werknemer thuis zit en geen loon meer krijgt, maar in dienst wordt gehouden met als (enige) reden dat daardoor de wettelijke transitievergoeding niet verschuldigd is.

Deze werknemers lopen de transitievergoeding mis, terwijl re-integratie niet aan de orde is. Zij willen daarom dat de werkgever het dienstverband beëindigt.

De laatste jaren is hier veel over geprocedeerd door werknemers. Een ontslagplicht werd echter in de rechtspraak niet aangenomen. Slechts in schrijnende gevallen werd geoordeeld dat de werkgever op grond van het goed werkgeverschap gehouden kon zijn het dienstverband te beëindigen en de transitievergoeding te betalen. 

Prejudiciële vragen

De rechtbank Limburg heeft op 10 april 2019 prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad over dit onderwerp. Deze vragen gaan - kort gezegd - over de vraag of, en zo ja onder welke omstandigheden, een werkgever als ‘goed werkgever’ akkoord moet gaan met het voorstel van een langdurig zieke werknemer tot beëindiging van het ‘slapende dienstverband’, onder betaling van de wettelijke transitievergoeding. 

Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat een werkgever op grond van het goed werkgeverschap gehouden is mee te werken aan beëindiging van een slapend dienstverband, onder toekenning van de wettelijke transitievergoeding aan de werknemer.

Daarbij geldt dat die vergoeding niet meer behoeft te bedragen dan hetgeen aan transitievergoeding verschuldigd zou zijn op de dag na die waarop de werkgever de arbeidsovereenkomst, op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid, zou kunnen beëindigen (dus na 104 weken ziekte, dan wel later indien deze 104 weken is verlengd door bijvoorbeeld een loonsanctie van het UWV).

Op dit uitgangspunt moet volgens de Hoge Raad een uitzondering worden aanvaard indien de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van de arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld in geval van reële re-integratiemogelijkheden. Zo’n belang kan niet gelegen zijn in het bijna bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

De Hoge Raad voegt daaraan toe dat de rechter kan beslissen dat betaling aan de werknemer in termijnen plaatsvindt of wordt opgeschort tot na 1 april 2020 indien de werkgever aannemelijk maakt dat de voorfinanciering leidt tot ernstige financiële problemen. Dit vanwege de inwerkingtreding van de Wet compensatie transitievergoeding per 1 april 2020. Volgens deze wet kan het UWV de door de werkgever betaalde transitievergoeding aan een langdurig zieke werknemer compenseren.

Vanaf 1 april 2020 geldt echter ingevolge artikel 2 van de Regeling compensatie transitievergoeding dat voor een aanvraag op grond van de Wet compensatie transitievergoeding vereist is dat de volledige vergoeding aan de werknemer is voldaan, hetgeen de werkgever sowieso verplicht tot voorfinanciering.

Conclusie

Als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad doen werkgevers er dus goed aan om nog vóór 1 januari 2020 slapende dienstverbanden te beëindigen. Indien een slapend dienstverband na 1 januari 2020 wordt beëindigd, wordt de compensatie door het UWV namelijk berekend op basis van de wettelijk transitievergoeding zoals deze na 1 januari 2020 geldt (door invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans), terwijl de te betalen transitievergoeding wordt berekend op basis van het huidige recht. Dit zou ertoe kunnen leiden, dat de compensatie van het UWV aanzienlijk lager ligt dan de te betalen ontslagvergoeding.

Gerelateerde artikelen